Verlieskunst in de media

Hier lees je over Verlieskunst in de media. We verzamelen interviews, artikelen en podcast over Verlieskunst voor je, bijvoorbeeld over het ontstaan van Verlieskunst, onze Verlieskaarten (de alternatieve condoleancekaarten) en het rouwwoordenboek.

Luisteren

In deze eerste aflevering van DOCS, de documentaire podcast van de VPRO en de NTR, wandel ik over de begraafplaats de Nieuwe Ooster en vertel ik over mijn Rouwwoordenboek. Ik lees je woorden voor als ‘aanwezig in afwezigheid’ en ‘anders leren vasthouden’. Ik vertel over hoe verdriet onder je huid gaat zitten en hoe rouw telkens van kleur en intensiteit verandert. Het is werkelijk een auditief kunstwerk te noemen! Meer zal ik niet verklappen, luister maar gauw zelf 🙂
In aflevering 17 ben ik te gast bij podcast Doodgewoon. Benthe en Sabien gaan in @Doodgewoon in gesprek met doodgewone mensen over de dood vanuit de visie dat het juist deze doodgewone verhalen zijn die we in het licht moeten zetten. We hebben het over mijn eigen leven, het verlies van mijn moeder en mijn visie op rouw. Over donkere dagen en het leven ten volste leven. Over het rouwwoordenboek en wat nieuwe woorden kunnen betekenen. Over therapie en over verlies leren dragen.
De kunst van het verliezen. Babet is te gast bij Kunst is lang van @mistermotleymagazine en gaat in gesprek met @luukheezen over onze Verlieskaarten en waarom het zo belangrijk is om in onze samenleving ruimte te maken voor verlies. Want verlies is niet alleen iets dat oude mensen aangaat.
Blikopener Radio Aalsmeer maakt een radio programma over innovatie. Daar praat Babet met @wilgje en @lennartbader over innovatie op het gebied van rouw. Want in onze ogen is daar nog veel winst te behalen. We hebben andere woorden nodig en een vernieuwde beeldtaal.

Lezen

Na de dood van haar moeder had Babet te Winkel (29) het gevoel dat haar rouw er niet mocht zijn. Met kaarten, een woordenboek en kunst in de openbare ruimte wil ze rouw bespreekbaar maken. ‘Iedereen heeft wel iets of iemand verloren.’
Rouw gaat soms verder dan onze woordenschat en taal is niet altijd toereikend om troost te bieden of verdriet uit te drukken. Daarom bedacht humanist Babet te Winkel nieuwe woorden om haar verlies uit te drukken, die ze bundelde in het Rouwwoordenboek.

‘Tussenintijd’, zo noemt schrijver Babet te Winkel in haar ‘Rouwwoordenboek’ de periode waarin je heen en weer beweegt tussen heden en verleden als je dehttps://www.nrc.nl/nieuws/2021/05/11/ook-gevoelens-voor-vrienden-zijn-gelaagd-a4043231nkt aan degene die er niet meer is. De nieuwe speelfilm van Gabriela Cowperthwaite Our Friend speelt zich geheel en al af in die ‘tussenintijd’. 
Magazine Flow plaatste een artikel over Verlieskunst op hun website en social media kanalen. Ook werden we kort vermeld in Flow 7 in 2020.

Op 10 juni 2020 stond er een uitgebreid interview met Babet in de Oost Nederlandse krant de Stentor over alternatieve condoleancekaarten.
Op 12 september 2020 stond er een uitgebreid interview met Babet in de Utrechtste sectie van het AD.
,,Ik wil het taboe van rouw afhalen. De kaarten (die anders zijn dan traditionele condoleancekaarten, red.) zijn een begin om een gesprek op gang te brengen over verlies. De illustraties en woorden geven voor mij weer wat verlies Ă©cht inhoudt.”
Op 26 juni 2020 stond er een uitgebreid interview met Babet in de Utrechtste sectie van indebuurt.nl over onze alternatieve condoleancekaarten.
Lisanne van Sadelhoff, de schrijver van het boek ‘je bent jong en je rouwt wat’ schreef een column over ons event op Allerzielen op 2 november 2020 in de Bibliotheek Utrecht: ‘Het dodemoederclubje’.

KIjken

‘Toch maar aan de dag beginnen’, zo heet de avond die door Liesbeth Rasker (van de podcast dag voor dag – tip!) en Gijs van der Sanden werd gehost in De Balie

Van alleen die naam al ben ik even stil. Ja, zo is het soms, met heel veel moeite toch maar aan de dag beginnen
 Een prachtige avond waar ik te gast was die je hier terug kan kijken.
Mijn tv-debuut bij de Nachtzoen. Ik mocht naar bed gaand Nederland voorlezen uit mijn rouwwoordenboek. ⁠