Rouwwoordenboek

Door: Babet te Winkel.

Na de dood van mijn moeder besefte ik dat ik mijn gevoelens en ervaringen niet met bestaande woorden kon omschrijven. Dus heb ik zelf woorden verzonnen, wat zijn weerslag heeft gevonden in een rouwwoordenboek. Het verslag van deze zoektocht kun je lezen op Hard//Hoofd.

Dit rouwwoordenboek is een boek van zelfbedachte woorden in wording. Work in progress, zegmaar.

Mocht je nou zelf een ervaring hebben waar je een woord voor zou willen, dan kun je contact opnemen met Babet.

De illustraties zijn gemaakt door Aida de Jong.

Anders leren vasthouden

Een fysieke, lichamelijke relatie stopt. Maar de liefde stopt niet, die zoekt een andere vorm. De liefde die je door je lijf voelt stromen voelt onwennig door het ontbreken van de aanwezigheid van de geliefde in lichamelijke vorm. De liefde manifesteert zich bijvoorbeeld in de vorm van rituelen, zoals op zaterdag haar lievelingsbloemen halen en haar notentaart op verjaardagen, een grafbezoek of in dierbare spullen.

Er zijn ook minder fysieke manifestaties, in de vorm van herinneringen, doorgaande, ingebeelde gesprekken of een fantasie dat iemand er nog is.

Hereindigen

Dat herinneringen ‘herdacht’ moeten worden vanuit het bewustzijn dat iemand dood is. Er moet aan elke herinnering een einde worden toegevoegd. De mogelijkheid op ‘nog een keer’ is weg en dat geeft de herinnering een andere kleur.

Zo is een van mijn lievelingsherinneringen het beeld van mijn moeder met een kop thee in de boomgaard als ik thuis kom. Ineens moet ik aan de herinnering toevoegen dat ik haar nooit meer in die stoel ga zie zitten en dat er geen kop thee meer op tafel komt te staan.

Tunnelverdriet

Verdriet om groot verlies geeft tunnelvisie, omdat er simpelweg niks anders meer leeft in je wereld, niks dat nog je aandacht trekt. Het is vergelijkbaar met de intensiteit van verliefdheid. Het overvalt je, het is onontkoombaar en je wordt een beetje gek.

Tussentijd

Er is geen ‘normaal leven’ meer om naar terug te keren. ‘Volhouden’ heeft dus geen zin. Waartoe?Het ontbreekt je aan kracht om iets nieuws op te bouwen. Dus beland je in een soort tussenruimte. Het voelt alsof je ‘voor spek en bonen’ meedoet – zoals vroeger op het schoolplein. Niet aan een spelletje dit keer, maar aan het leven.