Rouwwoordenboek



Na de dood van mijn moeder besefte ik dat ik mijn gevoelens en ervaringen niet met bestaande woorden kon omschrijven. Dus heb ik zelf woorden verzonnen, wat zijn weerslag heeft gevonden in een rouwwoordenboek. Het verslag van deze zoektocht kun je lezen op Hard//Hoofd.

Dit rouwwoordenboek is een boek van zelfbedachte woorden en is nog niet af. Work in progress, zegmaar. Het is geschreven door Babet te Winkel en de illustraties zijn gemaakt door Aida de Jong.

Aanwezig in afwezigheid

Hoe iemand er nog is, in de lege plekken die die achter liet.

Eén stoel aan tafel blijft al maanden leeg. Altijd dezelfde. We hebben er niks over gezegd. Ondanks dat het een fijne zitplek is, beter dan de stoel in die gekke hoek, gaan we toch op die gekke stoel zitten als we als laatste aan tafel komen. De lege stoel blijft leeg.

Soms komt er bezoek. Die gaat dan op de stoel zitten. Dan halen we allemaal opgelucht adem als het bezoek weer weg is en de stoel weer leeg. Het bezoek vraagt of we al plannen hebben voor kerst. Of we langs komen? Maar het kerstdiner dit jaar kunnen we niet verplaatsen. Een nieuwe tafel heeft geen lege stoel voor haar. Hoe de leegte een monument voor haar kan zijn. Een lege plek om te bewaren.

‘Hoe de leegte een monument kan zijn.

Een lege plek om te bewaren’

Anders leren vasthouden

Een fysieke, lichamelijke relatie stopt. Maar de liefde stopt niet, die zoekt een andere vorm.

De liefde die ik door mijn lijf voel stromen voelt onwennig door het ontbreken van de aanwezigheid van mijn moeder in lichamelijke vorm. Het is een zoektocht naar hoe ik mijn liefde voor haar naar buiten kan laten stromen.

Soms manifesteert de liefde zich in de vorm van rituelen, zoals op zaterdag haar lievelingsbloemen halen en haar notentaart op verjaardagen, een grafbezoek of in dierbare spullen. Soms zijn het minder fysieke manifestaties, in de vorm van het ophalen van herinneringen, doorgaande, ingebeelde gesprekken met haar of een fantasie dat ze er nog is.

De Nieuwe worden

Je kunt niet terug naar wie je ooit was, er kan enkel een nieuwe jij ontstaan waarin het verlies geïntegreerd is.

Mensen vragen of ik weer de oude ben. Maar ik weet dat ik nooit meer de oude kan worden. Mijn moeder is dood en daarmee een deel van mij. De Oude Ik bestaat niet meer.

Langzaam laat ik het idee los dat ik weer de oude kan worden. Ook het idee dat ik de oude wil worden begint te slijten. Het begint me te dagen dat dit Lessen In Nederigheid zijn. Dat ik het leven niet in de hand heb. Dat ik, hoe hard ik ook wens, ik niet krijg wat ik het liefste wil. En pas nadat ik dit zo hard mogelijk gewenst heb (ik moet het toch tenminste proberen) en wanneer het moment daar is, kan ik ophouden met wensen. Pas dan, niet eerder, zal ik de Nieuwe worden.

De terloopsheid van de dood

Er was geen waarschuwing dat dit voor altijd het grote Voor en Na zou worden. Eigenlijk gebeurde er niks bijzonders. En hoe dat dan alles kan veranderen.

Er was bij het overlijden van mijn moeder geen dramatiek. Ook was er niet, zoals ik zo vaak in films had gezien, één mooie scène bij het doodsbed (en wat doet iedereen dan in de overige tijd?, heb ik me vaak afgevraagd). 

Doorgaande rouw

Doordat het leven doorgaat, gaat het verlies ook door. Het verlies moet telkens weer opnieuw een plek in vinden in het leven dat maar doorgaat.

Mensen denken soms dat rouw af is. Dat je het ‘een plekje hebt gegeven’ en dat daarmee de kous af is. Dat de rouw daarmee niet meer verandert. Maar het leven verandert. Het leven gaat door (het leven gaat door zonder haar).

De rouw daardoor ook. De nieuwe mensen die in mijn leven komen en die haar nooit gaan ontmoeten. Nieuw werk waarover ik haar wil vertellen. Ziek thuiszijn en zo graag willen dat ze komt om soep voor me te maken. Of een van de laatste dingen waarvan ze wist dat ik het was gaan doen: studeren – en dat ze dan niet bij mijn afstuderen kon zijn.

‘Het verlies moet telkens weer opnieuw een plek vinden’

Hereindigen

Dat herinneringen ‘herdacht’ moeten worden vanuit het bewustzijn dat iemand dood is. Er moet aan elke herinnering een einde worden toegevoegd. De mogelijkheid op ‘nog een keer’ is weg en dat geeft de herinnering een andere kleur.

Zo is een van mijn lievelingsherinneringen het beeld van mijn moeder met een kop thee in de boomgaard als ik thuis kom. Ineens moet ik aan de herinnering toevoegen dat ik haar nooit meer in die stoel ga zie zitten en dat er geen kop thee meer op tafel komt te staan.

Losraken

De passieve kant van loslaten. Het deel waar je geen controle over hebt.

Er zijn bepaalde dingen in het leven die je actief kunt doen om los te komen van iets of iemand. Zo kan ik het contact verbreken met een ex-geliefde of een verhaal niet eindeloos blijven afspelen in mijn hoofd. Dat helpt tot op zekere hoogte om iets of iemand los te laten. Dit noem ik het actieve element, het loslaten.

Vervolgens komt de passieve kant van loslaten, het losraken. Dit is het deel waar ik geen controle over hebt. Dit is een proces dat zich voltrekt als de seizoenen, op haar eigen tijd, voorbij de menselijke controle. Net zoals dat bomen ook ‘het juiste moment’ afwachten tot hun blaadjes vallen. Ik doe het niet actief. Het is eerder een bijproduct van de actieve processen.

Maantranen

Het inzicht dat je je tranen niet in één keer kan huilen en het vertrouwen dat tranen gedroogd worden, niet voor altijd en in één keer, maar keer op keer op keer. Toenemend, vol, afnemend, onzichtbaar en weer opnieuw, zoals de cyclus van de maan.

Ik kan mijn tranen niet in één keer huilen, hoe graag ik dat soms ook zou willen. Er zijn momenten geweest dat ik klaar wilde zijn met al dat verdriet. Wilde ik dat ik alles er gewoon in één keer uit kon huilen. Iets in mij is doodsbang dat ik altijd zal blijven huilen, maar tegelijkertijd wil ik niet dat het stopt. Op andere momenten ben ik weer heel dankbaar dat ze nog zo dichtbij kan voelen.

Als ik dan naar de maan kijk weet ik dat alles cyclisch is en zijn eigen ritme kent.

‘Het vertrouwen dat tranen gedroogd worden, niet voor altijd en in één keer, maar keer op keer op keer’

Tunnelverdriet

Verdriet om groot verlies geeft tunnelvisie, omdat er simpelweg niks anders meer leeft dat nog de aandacht trekt.

Alles leidt me weer terug naar het verlies – elk gesprek, beeld, liedje, gedachte. Soms tot mijn eigen frustratie, soms tot mijn genoegen. Ik vergelijk het wel eens met de intensiteit van verliefdheid. Het overvalt je, het is onontkoombaar en je wordt een beetje gek.

Tussenruimte

Er is geen ‘normaal leven’ meer om naar terug te keren. ‘Volhouden’ heeft dus geen zin. Waartoe?

Lang hoopte ik dat ik moest volhouden. Dat het leven dan weer normaal zou worden. ‘Volhouden, volhouden,’ fluisterde ik ’s nachts tegen mezelf.

Maar er is geen ‘normaal leven’ meer om naar terug te keren. Het ontbreekt me aan kracht om iets nieuws op te bouwen. Dus beland ik in een soort tussenruimte. Het oude is weg en er is nog niets nieuws. Het voelt alsof ik ‘voor spek en bonen’ meedoe – zoals vroeger op het schoolplein. Niet aan een spelletje dit keer, maar aan het leven.

𝆕 The wisp sings – ‘Let me sleep, i’m so tired of my grief

Tussenin-tijd

De tijd waarin je op en neer beweegt tussen tegenwoordige en verleden tijd als je spreekt over wat je verloren bent.

Altijd had ik over haar gepraat in tegenwoordige tijd. Zolang ik er was, was zij er. Voor het eerst in mijn leven was zij er niet. Dit zou voor altijd zo gaan zijn. Voordat ik hieraan gewend was, waren er jaren verstreken.

 Soms sprak ik over haar in de verleden tijd. Vaker niet. Dat zou ik nog de rest van mijn leven kunnen doen. Ik vroeg me af of het vanzelf zou gaan, in de verleden tijd gaan praten. Maar deze dagen leek er bar weinig vanzelf te gaan.