De ‘Er staat een pan soep voor je deur’-Verlieskaart

Juist in tijden van corona waarin fysieke nabijheid niet vanzelfsprekend is, laat deze kaart het belang ervan zien. In de vorm van troost in etensvorm en zorgzaamheid. Ook dat kan liefde zijn.

Er voor iemand zijn betekent afstemmen op wat diegene nodig heeft. Soms is dat een lange wandeling (in stilte), samen een film kijken of een goed gesprek.
Soms is het meer van een afstandje: een pan soep voor iemands deur zetten.

Tekst: Babet te Winkel
Illustratie: Aida de Jong

Van de week deelde ik in mijn stories op instagram een post over inchecken. Een reminder om in te checken bij elkaar na een verlies, ook als het al langer geleden is. Dat je misschien eens kunt vragen wat iemand lievelingseten was, of hoe het verlies nu voelt. Veel reacties, over hoe welkom een woord als ‘inchecken’ is en het leverde veel gespreksstof op over wat steunend is na verlies.

Was voor mij echt inzichtgevend, de gesprekken met vrienden over hoe iemand zich gesteund voelt. Nadat mijn moeder dood ging, had ik eigenlijk nog niet zo’n beeld van hoe ik mensen het liefst nabij wilde in zulk intens verdriet. Bleek dus een heel zelfonderzoek. Ik wist eigenlijk niet zo goed wat er voor mij werkte. In de vroege rouw werkte weinig, eerlijk gezegd. Maar naarmate de jaren vorderden kon ik me ook weer openen voor steun en liefde. En leerde ik dat er bepaalde dingen voor mij werken, en bepaalde dingen minder. Er is een bekende theorie over de vijf liefdestalen van Gary Chapman. Hij schreef in 1992 een boek over de vijf liefdestalen: tijd en aandacht (quality time), hulpvaardigheid (acts of service), cadeaus geven en krijgen (gifts), bevestigende woorden (words of affirmation) en lichamelijke aanraking (physical touch). Leuk om eens bij jezelf na te gaan: wanneer voel je je geliefd? Hoe ziet dat er bij jou uit? Als iemand door je haren gaat terwijl je op diegenes schoot ligt, of als iemand precies dat ene boek heeft meegebracht wat je nog zo graag wilde lezen… Je blijkt een voorkeurstaal te hebben, en meerdere dialecten te spreken. Ook kan het verschillen in welke taal je liefde geeft en in welke taal je liefde ontvangt.

Stel nou, dat er ook zoiets bestaat voor verlies. De verliestalen. Hoe gaat iemand om met verlies? Wat wordt als troostvol ervaren? Voor mij werkte praten bijvoorbeeld minder goed. Op een gegeven moment had ik alles wel gezegd wat er te zeggen viel over het verlies van mijn moeder, zo voelde het, en hoe vaker ik mezelf in herhaling hoorde vallen, hoe troostelozer het allemaal voelde.

Die herhalende woorden droegen alleen maar bij aan mijn gevoel aan machteloosheid. Dat was het moment dat ik koffiedates uit mijn agenda schrapte. In de eerste maanden na haar dood, hielpen de mensen die meegingen op nachtelijke wandelingen als ik niet kon slapen. Mij mee nemen naar feestjes hoefde voor mij dan weer niet (hoewel de uitnodigingen fijn waren). Mensen die boodschappen mee namen en kwamen koken. De boeken die op de mat vielen met lieve briefjes erin. De pan soep voor de deur. Het klusweekend met mijn huisgenoten.

Megan Devine schrijft in haar boek dat dit een van de lastige taken is van rouw: dat je de mensen in je omgeving ook moet helpen hoe met rouw om te gaan, terwijl je daar op dat moment eigenlijk niet de energie voor hebt (daarom voegde zij overigens een bijlage aan haar boek toe die je aan mensen kan geven, en die ze gewoon beschikbaar heeft gesteld op haar website!). Hoe fijn als we hier gewoon al vaker bij stil staan. Toen er het afgelopen jaar wat verdrietige dingen voor vielen in mijn leven, besefte ik dat ik de vruchten plukte van mijn zelfonderzoek naar mijn verliestaal en de gesprekken met vrienden. Mensen spraken mijn verliestaal en in het verdriet en gemis, stroomde mijn hart over van liefde. Gun ik iedereen.

Laten we het normaliseren om te vragen of de support die je biedt, als behulpzaam wordt ervaren. Of door te vragen: wat zou het nog fijner voor jou maken?
Laten we elkaars verliestaal leren spreken.